Is de ASDAS geschikt voor toepassing in de klinische praktijk?

Delen via:
EULAR 2024

In de dagelijkse klinische praktijk wordt de behandeling van axiale spondyloartritis meestal pas geïntensiveerd bij een ASDAS hoger dan de aanbevolen waarde van ≥ 2,1. Mogelijk denken reumatologen dat die aanbeveling te strikt is, of vinden zij andere factoren dan ziekteactiviteit belangrijker bij het maken van behandelbeslissingen, zo stelde Casper Webers (Maastricht UMC+) in zijn presentatie.1 

Bij axiale spondyloartritis (axSpA) wordt een hoge ziekteactiviteit gedefinieerd als een Ankylosing Spondylitis Disease Activity Score (ASDAS) van 2,1 of hoger.2 Het advies is dan om de behandeling te intensiveren, maar in de praktijk wordt die aanbeveling niet altijd gevolgd. Misschien komt dit doordat de ASDAS eigenlijk ontwikkeld is voor onderzoek en is de afkapwaarde te strikt voor de klinische praktijk.

Webers en zijn collega’s zochten daarom uit welke ASDAS-afkappunten in de praktijk het best corresponderen met een intensievere behandeling. Ze includeerden 2.265 ASDAS-metingen van 350 patiënten met axSpA uit de Nederlandse registratie voor SpA-patiënten (SpA-Net). Behandelingsintensivering definieerden ze als een hogere dosis van hetzelfde medicijn, switch naar een ander medicijn, of toevoeging van een extra medicijn. Hierbij keken ze alleen naar anti-inflammatoire middelen.

Uit de analyses bleek dat na 10,4% van de ASDAS-metingen intensivering van de behandeling plaatsvond. Op dat moment gebruikten de patiënten vaak al anti-inflammatoire medicatie (69,1%). De intensivering bestond meestal uit het switchen naar een ander middel, veelal binnen dezelfde medicatiegroep, of het toevoegen van een medicijn, waarbij het gebruik van conventionele DMARD’s en corticosteroïden beperkt was. 

Op de momenten van intensivering was de gemiddelde ASDAS-score hoger (3,0; SD 1,0) dan op andere momenten (2,3; SD 1,0). Uit een analyse van alle ASDAS-metingen kwam een optimale ASDAS-afkapwaarde van 2,7. Hierbij merkte Webers wel op dat de optimale afkapwaarde over de jaren fluctueerde – tussen 2,3 en 2,8 – maar consistent hoger was dan 2,1.

Bronnen:

  1. Webers C, Nezam El-Din R, Been M, et al. Which ASDAS cut-off corresponds best to treatment intensification in patients with axial spondyloarthritis in daily practice? EULAR 2024, abstract OP0060.
  2. Ramiro S, Nikiphorou E, Sepriano A, et al. ASAS-EULAR recommendations for the management of axial spondyloarthritis: 2022 update. Ann Rheum Dis. 2023;82:19-34. 

Bisfosfonaten verlagen fractuurrisico door glucocorticoïden

jun 2017 | Osteoporose

Lees meer over Bisfosfonaten verlagen fractuurrisico door glucocorticoïden

Nieuwe biomarker voor atherosclerose bij SLE

jun 2017 | SLE

Lees meer over Nieuwe biomarker voor atherosclerose bij SLE

16 jaar ervaring met etanercept in JIA-register

jun 2017

Lees meer over 16 jaar ervaring met etanercept in JIA-register

RA-combinatietherapie leidt vaker tot remissie

jun 2017

Lees meer over RA-combinatietherapie leidt vaker tot remissie

Goede resultaten nieuwe DMOAD bij artrose

jun 2017 | Artrose

Lees meer over Goede resultaten nieuwe DMOAD bij artrose

Certolizumab pegol lijkt hele zwangerschap veilig

jun 2017

Lees meer over Certolizumab pegol lijkt hele zwangerschap veilig

TNF-remmer vertraagt progressie bij SpA

jun 2017 | Spondyloartritis

Lees meer over TNF-remmer vertraagt progressie bij SpA

Interventie in voorstadium kan RA voorkomen

jun 2017 | RA

Lees meer over Interventie in voorstadium kan RA voorkomen

Abatacept bij vroege erosieve RA

jun 2017 | RA

Lees meer over Abatacept bij vroege erosieve RA