Ook zonder pathologisch complete respons geeft perioperatief durvalumab voordeel bij spierinvasief blaascarcinoom

Delen via:
ASCO GU 2025

Uit de fase III NIAGARA-studie blijkt dat het toevoegen van perioperatief durvalumab aan neoadjuvante chemotherapie bij patiënten met operabel spierinvasief blaascarcinoom leidt tot een betere event-vrije en algehele overleving. Een update van de resultaten toont nu aan dat perioperatief durvalumab voordeel oplevert bij zowel patiënten met, als patiënten zonder een pathologisch complete respons.1

De primaire resultaten van de NIAGARA-studie werden vorig jaar gepubliceerd en lieten een significant betere event-vrije overleving (HR 0,68) en algehele overleving (HR 0,75) zien door toevoeging van perioperatief durvalumab (n = 533) aan standaard neoadjuvante chemotherapie (n = 530) bij patiënten met cisplatin-eligible, operabel spierinvasief blaascarcinoom. Daarnaast leidde deze combinatie tot 10% meer pathologisch complete responsen (37,3% versus 27,5%). Tijdens ASCO GU presenteerden de onderzoekers aanvullende analyses, waaronder de afstandsmetastasevrije overleving (MFS) en de ziektespecifieke-vrije overleving (DFS).

Het toevoegen van perioperatief durvalumab resulteerde in een 33% lager risico op afstandsmetastasen (HR 0,67). In beide behandelarmen was de mediane MFS nog niet bereikt, maar beduidend minder patiënten in de durvalumab-groep ontwikkelden afstandsmetastasen. Na 24 maanden was 75,1% van de patiënten in de durvalumab-groep vrij van afstandsmetastasen, vergeleken met 65,1% in de controlegroep. Ook de ziektespecifieke overleving verbeterde (HR 0,69), met na 24 maanden respectievelijk 89,2% en 82,2% overlevenden.

Uit een vergelijking tussen patiënten met en zonder een pathologisch complete respons (pCR) bleek dat de eerste groep een betere event-vrije overleving had. Na 24 maanden was de EFS in de durvalumab- en chemotherapiegroep respectievelijk 92,1% en 85,8% (HR 0,58). Ook patiënten zonder pCR hadden echter baat bij perioperatief durvalumab. In deze groep was de EFS na 24 maanden 53,3% versus 49,5% (HR 0,77). Een vergelijkbaar effect werd gezien bij de OS-analyse.

Bron:

  1. Galsky M, Van der Heijden M, Catto J, et al. Additional efficacy and safety outcomes and an exploratory analysis of the impact of pathological complete response (pCR) on long-term outcomes from NIAGARA. ASCO GU 2025, abstract 659.

ASCO GU: Immunotherapie mogelijk minder effectief na antibioticakuur

feb 2017 | Uro-oncologie

Lees meer over ASCO GU: Immunotherapie mogelijk minder effectief na antibioticakuur

ASCO GU: Duurzame respons na stoppen immunotherapie voor niercelcarcinoom

feb 2017 | Uro-oncologie

Lees meer over ASCO GU: Duurzame respons na stoppen immunotherapie voor niercelcarcinoom

ASCO GU: Mutaties circulerend tumor-DNA gerelateerd aan uitkomsten gevorderd prostaatcarcinoom

feb 2017 | Uro-oncologie

Lees meer over ASCO GU: Mutaties circulerend tumor-DNA gerelateerd aan uitkomsten gevorderd prostaatcarcinoom

​Veel nieuwe ontwikkelingen op 19de Nationale Longkanker Symposium

jan 2017 | Longoncologie, Radiotherapie

Lees meer over ​Veel nieuwe ontwikkelingen op 19de Nationale Longkanker Symposium

Geautomatiseerde telefonische hulplijn helpt kankerpatiënten bewegen

jan 2017

Lees meer over Geautomatiseerde telefonische hulplijn helpt kankerpatiënten bewegen

ECCO 2017: Diabetes soms vroeg signaal van pancreascarcinoom

jan 2017 | Maag-darm-leveroncologie

Lees meer over ECCO 2017: Diabetes soms vroeg signaal van pancreascarcinoom

ECCO 2017: Borstsparende operatie soms beter dan borstamputatie

jan 2017 | Borstkanker

Lees meer over ECCO 2017: Borstsparende operatie soms beter dan borstamputatie

ECCO 2017: Kans op cytoreductieve chirurgie plus HIPEC verschilt per ziekenhuis

jan 2017 | Chirurgie, Maag-darm-leveroncologie

Lees meer over ECCO 2017: Kans op cytoreductieve chirurgie plus HIPEC verschilt per ziekenhuis

ECCO 2017: Kwaliteitscontrole van onderzoek met chirurgische component: de CRITICS-studie

jan 2017 | Maag-darm-leveroncologie

Lees meer over ECCO 2017: Kwaliteitscontrole van onderzoek met chirurgische component: de CRITICS-studie