In een Nederlandse cohortstudie werd onderzocht welke factoren het risico op de ontwikkeling van reumatoïde artritis (RA) kunnen voorspellen bij individuen met seropositieve artralgie.
In totaal werden 617 personen met IgM-reumafactor (IgM-RF) en/of anti-gecitrullineerde eiwitantistoffen (ACPA) gedurende 5 jaar gevolgd. Van de onderzoekspopulatie was 38% IgM-RF-positief, 31% ACPA-positief en 30% positief voor zowel ACPA als IgM-RF.
De resultaten laten zien dat 33,7% van de deelnemers binnen gemiddeld 19,6 maanden artritis ontwikkelde. De aanwezigheid van hoge ACPA-titers (HR 4,65) of een dubbele positiviteit voor ACPA en IgM-RF (HR 6,83) vormde de sterkste voorspellers voor RA.
Daarnaast bleken eerstegraads familieleden met RA (HR 1,50), intermitterende gewrichtsklachten (HR 1,64), duur van de klachten korter dan 12 maanden (HR 0,71), ochtendstijfheid van 1 uur of langer (HR 1,63) en gerapporteerde gewrichtszwelling (HR 1,51) het risico te verhogen. Wanneer 3 of meer van deze factoren aanwezig waren, liep het risico op RA op tot 58,2%.
Deze bevindingen bieden volgens de onderzoekers belangrijke inzichten voor reumatologen om hoogrisicopatiënten tijdig te identificeren. Dit kan leiden tot gerichte monitoring en mogelijk preventieve interventies, wat de progressie naar RA zou kunnen vertragen of zelfs voorkomen.
Bron: